Thuis in Witmarsum
Mevrouw Palsma en mevrouw Brouwer wonen al 58 jaar naast elkaar in een karakteristieke twee-onder-een-kapwoning in Witmarsum. Mevrouw Brouwer woont er zelfs al 60 jaar. Wie zo lang lief en leed deelt, kent elkaar door en door.
Elke dinsdagochtend drinkt mevrouw Palsma een kop koffie bij mevrouw Brouwer. Ze halen herinneringen op en praten over wat er in hun leven speelt. “Meester Frank Visser hoeft hier niet te komen,” zegt mevrouw Brouwer met een glimlach. “We hebben in al die tijd nooit ruzie gehad.” “Dat klopt,” vult mevrouw Palsma aan. “We weten echt alles van elkaar. We kwamen hier als jonge pas getrouwde vrouwen wonen. Allebei kregen we twee kinderen: ik twee zoons en zij twee dochters. Onze kinderen groeiden samen op. De heg tussen onze tuinen? Die gebruikten ze als volleybalnet.” Ze lacht even bij de herinnering. “En nu hebben we allebei kleinkinderen en zelfs achterkleinkinderen.”
Beide dames zijn inmiddels weduwe. Mevrouw Palsma verloor haar man twintig jaar geleden. Voor mevrouw Brouwer is het verlies nog vers. Haar man overleed eind oktober vorig jaar. “Jij ging van honderd procent naar nul,” zegt mevrouw Palsma zacht tegen haar vriendin. “Op het laatst draaide jouw hele leven om de zorg voor Sjoerd, en ineens was dat voorbij.” Mevrouw Brouwer knikt. “Ja… het is een enorm verschil. Van voortdurend zorgen naar totale leegte. We waren 66 jaar getrouwd. Dan ben je niet zomaar gewend aan de stilte in huis. Het is eenzaam.”
Toch is er ook veel warmte en gezelligheid in huis. Mevrouw Brouwer houdt van bakken en zorgt altijd voor iets lekkers bij de koffie. Vandaag staat er een versgebakken cake op tafel. Ze serveert er dikke plakken van. Tijdens het gesprek lopen ook haar dochter en kleinzoon even binnen. Ze wonen in een dorp in de buurt en komen regelmatig langs. Dochter Aukje doet wekelijks boodschappen met haar moeder. Kleinzoon Lieuwe helpt zijn oma met bijvoorbeeld digitale zaken. Ook haar andere kleinkinderen doen klusjes.
Mevrouw Brouwer is inmiddels 88 jaar. Mevrouw Palsma hoopt dit jaar 80 te worden. “Ik zeg bewust ‘hoop’,” legt ze uit. “Drie jaar geleden kreeg ik longkanker. En nu zien ze ook vlekjes op mijn slokdarm. Opereren kan niet, omdat ik niet onder narcose kan. Dat is te gevaarlijk.” Ze praat er rustig over. “Voor nu red ik me nog. Wel met wat aanpassingen. Mijn bed staat beneden en ik loop met een rollator. Ook heb ik zo’n alarmknop om mijn nek.”
De vrouwen kijken elkaar even aan. Na al die jaren zijn woorden soms overbodig. Hun vriendschap zit in de vanzelfsprekendheid en in hun wekelijkse koffiemoment. Ze staan onvoorwaardelijk voor elkaar klaar, juist als het leven moeilijk wordt.